
Het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest heeft in zijn vergadering van 14 oktober 2009 de evaluatie van het procesverloop rond de aanpassing van de rwzi Garmerwolde in de periode 2002 tot 2007 besproken. Het Algemeen Bestuur voerde een kritische discussie over onder andere de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Tot slot van de discussie kon het Dagelijks Bestuur constateren dat het voor de toekomst het volledige vertrouwen van het Algemeen Bestuur heeft.
In de periode van november 2008 tot mei 2009 liet de dijkgraaf, de heer H. van ’t Land, een evaluatie uitvoeren naar het proces rond de aanpassing van de zuivering op Garmerwolde tussen 2002 en 2007. De evaluatie werd gebaseerd op vele interviews met betrokkenen. Door de openhartigheid van de geïnterviewden is een goed beeld ontstaan van het proces in die periode. De cultuur en patronen binnen organisatie en bestuur maakten dat fouten onvoldoende of vertraagd aan het licht kwamen.
In de discussie tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur kwam naar voren dat het bestuur zich verantwoordelijk voelt voor het gebeurde in de achterliggende periode, zowel het Dagelijks Bestuur als het Algemeen Bestuur. Voor het Algemeen Bestuur was het van belang dat het Dagelijks Bestuur ook daadwerkelijk heeft geleerd van het onderzoek en actie heeft ondernomen om de situatie te verbeteren. Deze acties bestonden uit het opstarten van een reorganisatie en het opstellen van een plan van aanpak voor de noodzakelijke veranderingen. De veranderingen hebben niet alleen betrekking op de zuivering Garmerwolde, maar ook op de gehele organisatie van het waterschap.
Het Algemeen Bestuur waardeerde het dat het Dagelijks Bestuur de geleerde lessen uit het rapport in de openbaarheid heeft gebracht en in een openbare vergadering verantwoording heeft afgelegd. Het zal het Dagelijks Bestuur houden aan de gedane toezeggingen.
Bij de aanpassing van de zuivering koos het waterschap voor de innovatieve toepassing van het inbouwen van een tweetrapsinstallatie in de bestaande zuivering. Op de vraag hoeveel de zuivering hierdoor duurder was uitgevallen legde het Dagelijks Bestuur een analyse (pdf) voor. Uit de analyse blijkt dat de inbouw van de tweetrapsinstallatie 38 miljoen had gekost waar de bouw van een traditionele zuivering 36 miljoen zou hebben gekost. De uiteindelijke meerkosten van de gemaakte keuze kwamen daarmee uit op 5,5 % van het geheel.
Tot slot van de discussie sprak het Algemeen Bestuur het vertrouwen uit in het Dagelijks Bestuur.