Gemalen, stuwen en sluizen

Met hulp van technische bouwwerken en installaties kunnen we het water in ons gebied beheersen. Zonder gemalen, stuwen en sluizen lukt dat niet. Ze moeten dus blijven werken.

  • Een gemaal is een pomp die het water uit een gebied weg kan pompen.
  • Een stuw is een drempel die het water in een gebied houdt tot het water hoger staat dan de bovenkant van de stuw.
  • Een sluis is een schuif of deur tussen water dat op verschillende hoogtes staat. Door die schuif of deur open te zetten kan het water van hoog naar laag stromen. Of kunnen schepen van hoger naar lager water of omgekeerd.

Soorten gemalen

Een gemaal is een pomp die water van laag naar hoog kan brengen en water in en uit een gebied pompt. Met gemalen houden we het water op het afgesproken peil. We gebruiken vier soorten gemalen: het boezemgemaal, het schilgemaal, het poldergemaal en het rioolgemaal.

Boezemgemaal

Een boezemgemaal pompt teveel water in een boezem. Een boezem is een stelsel van meren of kanalen waarin we tijdelijk water opslaan. We gebruiken een boezem ook om water af te voeren. Een voorbeeld van een boezemgemaal is De Waterwolf in Lauwerszijl/Electra. In 1920 begon De Waterwolf in het Reitdiep aan zijn belangrijke taak: de afvoer van water uit een groot deel van de provincie Groningen en de kop van Drenthe. De Waterwolf was uniek voor zijn tijd en is een fraai stuk industrieel erfgoed. Vandaag de dag werkt het gemaal nog steeds. Sterker nog: het gemaal is onmisbaar in de afvoer van overtollig water richting de Waddenzee.

Schilgemaal

Een schilgemaal is een speciaal boezemgemaal dat we gebruiken op plekken waar de bodem daalt. De bodem in Noord-Groningen daalt door gaswinning. Als de waterstand gelijk blijft en de bodem daalt, stijgt relatief gezien het waterpeil. Om de negatieve gevolgen van de bodemdaling op te vangen, verlaagt Noorderzijlvest het waterpeil. Een voorbeeld van een schilgemaal is het gemaal Abelstok, in de Hoornsevaart tussen Mensingeweer en Wehe-den-Hoor. Dit gemaal ligt in de 2e schil van de Electraboezem.

Poldergemaal

Een poldergemaal pompt overtollig water in de polder naar een boezem. We hebben ongeveer 140 poldergemalen in ons werkgebied. Een voorbeeld is poldergemaal Leutingewolde. Hier meten we de waterstand van het Leekstermeer. Het meer vangt ook teveel water op in natte tijden. Daarom moet het meer hogere waterstanden aan kunnen. Dat regelen we hier met een poldergemaal.

Rioolgemaal

Een rioolgemaal pompt gebruikt water van woningen en bedrijven via het riool naar de zuiveringsinstallatie. Een voorbeeld is het monumentale rioolgemaal Groningen aan het Damsterdiep.Het pompt al het gebruikte water uit de stad Groningen via een acht kilometer lange leiding naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Garmerwolde. De immens grote pompen in het gemaal zorgen voor de druk en duwen als het ware het water naar de zuivering.

Soorten sluizen

Sluizen zijn gebouwd tussen twee watergangen die een ander waterpeil hebben. Aan de ene kant van een sluis is het water hoger of lager dan aan de andere kant. We kunnen een sluis openen zodat er water door kan stromen. We kennen acht soorten sluizen:

Schutsluis

De schutsluis is de bekendste sluis. De sluis brengt een boot van het ene waterpeil naar het andere waterpeil. Dit werkt zo:
Een schutsluis heeft twee deuren. Eén deur gaat open en de boot vaart in de sluis. Hierna sluit de deur.
We laten het water in de schutluis stijgen of dalen. Dit hangt af van het peil aan de andere kant van de sluis.Tot slot gaat de tweede deur open en vaart de boot verder.

Keersluis

De keersluis gebruiken we om water tegen te houden. Als het waterpeil normaal is, is de sluis open. Als het waterpeil erg hoog of er laag is, sluiten we de keersluis. Een voorbeeld is de Oosterscheldekering in Zeeland.

Uitwateringssluis

De uitwateringssluis vind je in kaden, dijken en duinen. We gebruiken deze sluizen om teveel water op het land in een boezem, kanaal, rivier of zee te laten stromen. Een voorbeeld zijn de Cleveringssluizen in het Lauwersmeer.

Ontlastsluis

De ontlastsluis zetten we alleen open na een overstroming. Als we de sluis openen, kan het water uit een polder in een kanaal, rivier of zee stromen.

Inlaatsluis

De inlaatsluis gebruiken we voor twee dingen. We openen de sluis zodat er vers water in bijvoorbeeld stadsgrachten of landbouwgebieden stroomt.
We openen de sluis als het erg droog is. Openen we bijvoorbeeld de sluis in de Gaarkeuken? Dan stroomt er water uit het IJsselmeer in de sloten en kanalen van ons werkgebied.

Spuisluis

De spuisluis vind je in zeehavens. De sluis zorgt ervoor dat de geul tussen de zee en de haven niet dichtslibt met modder. Achter de sluis ligt een groot gat in de vorm van een kom. Als het vloed is laten we het water in deze kom stromen. Staat het water op z’n hoogst? Dan sluiten we de sluis. Als het eb is openen we de sluis en stroomt het water uit de kom terug de zee in. Het water neemt de modder in de geul mee.

Inundatiesluis

Inundatie is een moeilijk woord voor 'onder water zetten'. Met deze sluis kunnen we dus een stuk land onder water zetten. Vroeger werd de inundatiesluis gebruikt door het leger om zich te verdedigen. Ze zorgden ervoor dat het water te laag was om op te varen en te hoog om doorheen te lopen of te rijden. Nu gebruiken we de sluis om water in boezems te laten stromen. Of om landbouwgrond onder water te zetten.

Doksluis

Een doksluis vind je in havens. Met deze sluis zorgen we ervoor dat er bij eb water in de haven is. Zo liggen de boten altijd in het water. Is het vloed en staat het water hoog? Dan sluiten we de sluis. Zo houden we het water in de haven als het eb wordt.

Stuwen

Een stuw is een klep in een sloot of kanaal. Daarachter blijft het water staan om het water op het afgesproken peil te houden. Een stuw kan vast of beweegbaar zijn.

  • Een vaste stuw geeft altijd hetzelfde waterpeil.
  • Bij een beweegbare stuw kunnen we met een klep zorgen voor verschillende waterhoogten. Het peil in de winter is lager: we zetten de klep open om overtollig regenwater af te voeren. Zo voorkomen we wateroverlast. Het peil in de zomer is hoger: We zetten de stuw dicht om in droge perioden water vast te houden voor landbouw en natuur.

Heb je gevonden wat je zocht?