Maatregelen schoon en gezond water

Schoon en gezond water is een voorwaarde voor een goed leefklimaat voor mens en dier. We werken met de Europese Kaderrichtlijn Water. Als water vervuild raakt, komt het waterschap in actie.

Uitleg Kaderrichtlijn Water (KRW)

De Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren aan bepaalde eisen moet voldoen. Het doel is dat alle landen in de EU de waterkwaliteit van rivieren, kustwater, meren én grondwater op orde brengen. In het filmpje 'Kaderrichtlijn water Noorderzijlvest' leggen we uit wat dat betekent. (het filmpje duurt ongeveer 5 minuten)

De Kaderrichtlijn Water (KRW)

In Europa zijn richtlijnen gemaakt om de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater te verbeteren. Dat is vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze Europese richtlijn is in Nederland vertaald in doelen en afspraken. Die staan in de Waterwet.

In ons werkgebied liggen 15 waterlichamen die aan de normen voor een zogenaamd ‘goed ecologisch potentieel’ moeten voldoen. Het gaat in alle gevallen om sterk veranderde of kunstmatige wateren. Voor deze waterlichamen hebben we doelen gesteld over waar we welke kwaliteit nastreven. Dat hangt af van het type water. Voor water in een beek gelden andere eisen dan voor een kanaal of een meer.

Maatregelen voor betere chemische en ecologische kwaliteit

We nemen verschillende maatregelen om de doelen te halen. Zo leggen we vispassages aan en willen we meer natuurvriendelijke oevers realiseren. We proberen ook stikstof en fosfaat in het water te verminderen. Dit zijn voedingsstoffen die onder meer algen en andere schimmels laten groeien. We werken dus aan de chemische en tegelijk aan de ecologische waterkwaliteit.

  • De chemische toestand onderzoeken we door op vaste punten in het werkgebied de aanwezigheid van schadelijke (voedings)stoffen en gewasbeschermingsmiddelen te meten.
  • De ecologische toestand komt in beeld door te kijken naar de aanwezigheid van planten, vissen, waterinsecten, algen en andere kleine organismen.

Zo bepalen we niet alleen de actuele situatie. We krijgen ook zicht op de effecten van getroffen maatregelen én of de doelen al zijn gehaald.

De waterkwaliteit in ons beheergebied is de afgelopen tien jaar al flink verbeterd. Op chemisch gebied is op veel plekken het doel gehaald. Op sommige plekken kunnen schadelijke stoffen nog voor problemen zorgen. Ook voor de ecologie wordt het beeld positiever al loopt het wel wat achter op de chemische kwaliteit van het water. Dat is niet zo gek want één van de vereisten voor een goede ecologie is een goede chemische waterkwaliteit.

Nieuwe planperiode tot en met 2027

De KRW bestaat sinds het jaar 2000. In perioden van zes jaar stellen we nieuwe of aanvullende maatregelen voor om de doelen te halen. Vanaf 2022 tot en met 2027 loopt de derde en laatste periode. Daarvoor maken we nu de plannen en zijn we in gesprek met onze omgeving.

Brochures Kaderrichtlijn Water

We werken op allerlei manieren aan schoon en gezond water. Meer weten over wat we al deden voor schoon water in natuur, landbouw, recreatie en de relatie met afvalwater? En wat we nog willen gaan doen?

Als water vervuild raakt

Het water kan door allerlei oorzaken vervuild raken. Door blauwalg, olie, verontreinigd bluswater bij branden, bluswater vervuild met asbest, rioolwater, afvalwater afkomstig van de industrie, chemische stoffen, gewasbeschermingsmiddelen of door vaste stoffen die in het water uit elkaar vallen.

Gevolgen van vervuiling

  • Bacteriën in het water breken de meeste vervuilende stoffen af. De bacteriën gebruiken daarvoor zuurstof uit het water. Er blijft te weinig zuurstof in het water achter. Door te weinig zuurstof kunnen vissen en andere kleine waterdiertjes sterven. Dit gebeurt vooral in de zomer. Relatief warm water van zo’n 18 tot 25 graden kan van nature maar een kleine hoeveelheid zuurstof opnemen. In warme perioden is het oppervlaktewater dus kwetsbaar.
  • Toxische chemische stoffen vergiftigen het water met sterfte als gevolg.
  • Een laagje olie sluit het wateroppervlak af van de lucht, waardoor het water geen zuurstof uit de lucht kan opnemen. Olieresten zakken naar de waterbodem die hierdoor vervuild raakt. De afzet van het slib bij toekomstig baggeren kan problemen opleveren. Olie is slecht voor het waterleven.
  • Asbest dat vrijkomt bij het lozen van bluswater zakt naar de bodem. Het tast de waterkwaliteit niet aan, maar zorgt er wel voor dat in een later stadium het baggerslib niet op aangrenzende percelen kan worden gebracht. Als het baggerslib indroogt kan asbest immers weer vrijkomen en de omgeving besmetten.

Opruimen van vervuiling

Een aantal stoffen kunnen we opruimen, zoals bijvoorbeeld olie, asbest en vaste stoffen. Andere stoffen lossen op in het water en zijn dan niet meer te verwijderen.

  • De natuur lost veel zelf op en kan bepaalde stoffen afbreken. Het doorspoelen en aanvoeren van vers water is een goede oplossing als de vervuiling niet weggehaald kan worden. We verdunnen de vervuiling dan als het ware. 
  • Giftige stoffen en gewasbeschermingsmiddelen die zijn geloosd in een watergang kunnen we vaak isoleren met gronddammen. Bij een lozing in een kleiner gebied is het afvoeren van het vervuilde water afvoeren naar een verwerker de beste oplossing. Dat kan niet als het om een lozing in een grote watergang gaat. De giftige stoffen blijven dan vaak langere tijd in het milieu aanwezig en hebben een schadelijk effect op de ecologische toestand van het oppervlaktewater.
  • Vervuiling door olie pakken we aan door een ronde drijvende koker op het water te leggen. Aan de onderkant zit een verzwaarde, plastic flap die verticaal in het water hangt tot een diepte van ongeveer 30 cm. De drijvende olie kan zo'n scherm niet passeren. We kunnen deze olie opzuigen en afvoeren.

Botulisme

Botulisme is een soort voedselvergiftiging. Het gif blokkeert het contact tussen zenuwen en spieren. Hierdoor treedt spierverlamming op, ook de long- en de hartspier worden aangetast. Dit leidt uiteindelijk tot de dood.

Watervogels en vissen worden besmet via de snavel of bek. Ze worden ziek en/of gaan eraan dood. De bacterie Clostridium botulinum maakt het gif botuline aan. Dit gebeurt vooral in kadavers in water van tussen 20 en 25 graden Celsius. Botulisme komt vooral voor in ondiepe poelen en plassen omdat daar de watertemperatuur in de zomer snel oploopt. Dieper of stromend water wordt minder snel warm en is daardoor minder gevoelig voor botulisme. Botulisme kan bij een bepaald type gevaarlijk zijn voor mensen. Dat is zeldzaam. Dit type ontstaat alleen als kadavers te lang blijven liggen in het water.

Maatregelen bij botulisme

Als je een kadaver in het oppervlaktewater vindt, neem dan contact op met het waterschap.

  • Als het nodig is verwijdert het waterschap het dode dier zo snel mogelijk om de kans op een uitbraak te verkleinen. Grote aantallen dode dieren worden altijd verwijderd. Een enkele vis verwijderen we alleen als de verwachting is dat botulisme snel de kop op kan steken.
  • Bij sterfte van watervogels en de verdenking van botulisme doet het waterschap onderzoek naar de oorzaak van de sterfte. Het Diergeneeskundig Instituut in Lelystad voert sectie uit op een kadaver. Als er sprake is van botulisme stellen ze het type botulisme vast. Afhankelijk van het vastgestelde type onderneemt het waterschap actie.

Heb je gevonden wat je zocht?