Sloten, maren, beken en kanalen hebben een belangrijke functie. Ze houden water vast en voeren het water af en aan. Om te zorgen dat watergangen niet dichtgroeien, maaien we de oevers, taluds en waterbodems.

Bij het maaien laten we voldoende ruimte voor verschillende soorten planten en dieren. Daar wordt het water schoner en gezonder van.

Gedragscode Flora- en faunawet voor de waterschappen

In ons werk houden we met verschillende afspraken rekening. Zo ook met Europese richtlijnen en de Flora- en faunawet. Dat heeft gevolgen voor ons dagelijks werk. Om ons daarbij te helpen, is er een veldgids voor ons werkgebied met werkafspraken voor beschermde planten en dieren. Medewerkers in het veld werken met de gids. Aannemers en organisaties die voor ons werken kunnen hier ook gebruik van maken.

Veldgids

Voor de beschermde dier- en plantensoorten staan in de gids beheerafspraken. 

Waarom maaien we?

We maaien om wateroverlast en droogte te voorkomen. En om het water schoon en gezond te houden. We maaien bijvoorbeeld niet alles weg. We willen ook de natuur ruimte geven. Hoe meer verschillende planten en diersoorten bij en in het water, hoe schoner het water wordt.

Hoe maaien we?

We maaien ongeveer 2500 kilometer aan watergangen. We hebben per watergang bepaald wat we maaien en hoe vaak per jaar. Voor het maaien gebruiken we trekkers met maaiers, maai-hark aanbouw en kranen met maaikorven of maaiboten. Langs sloten en kanalen hebben we speciale maaipaden, zodat onze maaimachines veilig en goed bij de oever en het water kunnen.

Wanneer maaien we?

We maaien vooral tussen 15 juli en 1 november. Buiten deze periode maaien we liever niet, alleen als het voor de aan- en afvoer van water écht nodig is.

  • Het broedseizoen valt tussen 15 maart en 15 juli. Dan maaien we alleen als het echt nodig is. Voor het maaien sporen we nesten op en markeren ze. Tijdens het maaien blijven we uit de buurt van de nesten.

Heb je gevonden wat je zocht?